1

Tips uit 2013

December 2013:

Zo vlug mogelijk na afkalven in de VMS.

Voor vaarzen, maar oudere koeien trouwens ook, is het erg belangrijk dat ze zo vlot mogelijk na het afkalven door de VMS worden gemolken. De vaarzen zijn dan nog een beetje in trance van het afkalven en geloven eerder dat dat er blijkbaar ook bij hoort.

Verder komen de natuurlijke hormonen sneller in actie, o.a oxytocine, die zijn nodig om de melk makkelijker te laten schieten maar daarvan gaat de baarmoeder ook sneller inkrimpen. Dat schijnt niet prettig te zijn, maar is heel gezond want dan krijgen bacteriën en vuil ook veel minder kansen!

Ook wordt de productie dan meteen en beter gestimuleerd. Als ze het kan moet ze de eerste dagen 3x gemolken worden, dat lukt niet altijd maar is wel belangrijk! Ook voor zucht en stuwing. Als de tussentijden van het melken langer worden wordt het uier voller en harder. Dus is het melken pijnlijker en komt het ook voor dat ze niet goed leeg gemolken wordt.
U mag het een beetje vergelijken met uw bezoek aan de tandarts, hoe langer u  het uitstelt hoe pijnlijker het wordt en hoe meer u er tegenop ziet om de volgende keer weer te komen….
Bent u op tijd en geen pijn gevoeld, dan gaat u de volgende keer ook eerder. De koe krijgt ook nog een beloning in de vorm van krachtvoer 😉

Daarom is het ook belangrijk wanneer u makkelijk in de koppel ziet waar de verse koeien lopen!  (Zie Tip v.d.M. Aug. 2013)

 

November 2013:

Waar moet ik om denken voor opstarten met robotmelken.

Er zijn en worden de laatste tijd nogal veel nieuwe stallen gebouwd, Gelukkig hebben velen daarbij gekozen voor automatisch melken.

Bij DeLaval krijgt u meestal een “inpassingsboek” of document. Hierin staan al verschillende tips zowel voor de veehouder maar ook voor de monteurs en of installateurs. Enkele voor de veehouder belangrijke Tips zijn:

  • Start op met max. 50 – 55 koeien per VMS. Zowel koeien als veehouder moet weer veel nieuws leren en dan is het niet prettig wanneer een robot meteen te vol zit.
    Als alles een keer gekalfd heeft kunt u dat aantal rustig uitbreiden.
  • Het is belangrijk dat wanneer het rantsoen veranderd, bijvoorbeeld voorheen volledig TMR, dat dat in de weken vooraf afgebouwd wordt en de koeien leren krachtvoer te eten en waarderen.
  • Structuurrijk voer is erg belangrijk voor de gezondheid en vooral activiteit van de koe.
    Dus bij voldoende structuur in rantsoen leert de koe sneller!
  • Alle koeien klauwbekappen, een maand van te voren.
    Maar hebt u nieuwbouw of op nieuwe beton, dan liefst 3 maanden van te voren! Anders zijn de klauwen veel te dun, nieuwe beton geeft zuur op,  en geeft dat problemen
  • Hoewel wij roepen dat met de VMS van DeLaval “bijna alles” te melken is adviseren we toch om voortijdig afscheid te nemen van koeien die echt kansloos zijn. Dit zijn bijvoorbeeld structurele celgetal koeien, koeien met slecht beenwerk die u nu ook steeds moet ophalen.
    Koeien met de achterspenen in de plooi van de ophangband of met gekruiste achterspenen zijn ook nog wel eens moeilijk. Verder kent u zelf het beste uw koeien.
  • Plaats in de oude stal of in de jongveestal enkele klaphekjes zoals die later in de nieuwe stal / situatie komen, dan kunnen de koeien daar vast aan wennen
  • Scheer uiers en staarten enkele dagen voor opstart
  • Zorg dat er op de dag van opstart geen andere werkzaamheden of aandacht verslappers zijn, de monteur en speciale inmelkers hebben vaak veel te vertellen en uit te leggen, dat zou jammer zijn als u dat niet opneemt
  • Zorg voor voldoende (land)hekken: die goed opstellen zorgt voor veel rust tijdens de opstart.  Bij Feedfirst enkele minder, dan zijn markeerstiften om te zien met welke koeien begonnen is weer handig.

Bij opstarten met de V300 mag men met ca. 5 – 8  koeien meer per VMS opstarten.
Dit van wege de hogere capaciteit.

 

Oktober 2013:

Vragen rond mogelijkheden, handigheden met VMS en DelPro.

Momenteel kom ik, o.a. via het Vitaliteitspakket, maar ook via rechtstreekse aanvragen, vaker op bedrijven die al meerdere jaren met VMS(sen) van DeLaval werken. Dit zijn goede bezoeken mede omdat de veehouder over het totale veemanagement niet zoveel “brede sparringpartners” treft.
Dat een robot in combinatie met de computer erg veel kan is een gegeven, dat alles niet benut wordt is óók een gegeven. Ook zijn er dingen die niet kunnen omdat een robot en computer nu eenmaal een machine en geen mens is.
Het gebeurt echter ook dat een veehouder, soms al jaren, denkt “daar moet ik maar mee leren leven” terwijl het wèl kan!

Hebt u vragen over instellingen, (on)mogelijkheden of manier van werken? Waar loopt u af en toe tegenaan en wat zijn uw meest voorkomende vragen rond VMS melken en haar mogelijkheden of onmogelijkheden?

Trek aan de bel of nog liever: => mailen naar harry@harrytuinier.nl

U hebt voor het programma betaald, dus u mag => moet het ook benutten!

 

September 2013:

Koe melkt zichzelf naar driespeen.

Koeien maken zichzelf soms driespeen door te vaak onvolledig gemolken te zijn. Bijvoorbeeld door vaak af te trappen of erg langzaam te melken. Of omdat dat speen moeilijk gevonden, aangesloten, wordt.  De computer denkt na enkele keren dat de koe met dat speen gewoon zo weinig geeft en meldt het ook niet meer dat ze dan onvolledig gemolken is. Daarvoor moet ze namelijk 50% minder dan de verwachte melkgift geven. En als de melkgift een paar keer net boven de 50% blijft meldt een computer dat niet.

Wanneer u ziet dat een koe niet goed leeggemolken is en het toch niet (meer?) gemeld wordt als onvolledig, zorg dan dat die koe af en toe in uw bijzijn volledig gemolken wordt zodat u weet waarom de koe niet goed gemolken wordt en de computer weer weet hoeveel melk die koe hoort te geven.

Komt het door vaak aftrappen, kijk dan of u met voorzichtiger of niet voorbehandelen, type dipmiddel (voor zachte spenen), langzamer voeren of door de tijdsinstelling voor “onvolledig melken” te verhogen (dan heeft de koe nog een slap uier en heel weinig voer gespaard en is ze sneller vervelend) of deze instelling zelfs uit te zetten als het om geleidbaarheid van deze koe kan.

Komt het door langzaam melken vink dan op de koekaart bij “VMS instellingen” bij “Instellingen” “Verlaag limiet voor afname” aan. Ook is “Dubbel voorbehandelen” een optie, en langzamer voeren natuurlijk, dan wordt de koe beter en langer gestimuleerd om de melk goed te geven.

Ook vaak zijn onvolledig gemolken koeien koeien met klauwproblemen, die staan ook niet relaxed, niet vierkant en willen de pijnlijke poot nog wel eens jeuken aan de melkbekers….

 

Augustus 2013:

Nieuwmelkte koeien opvallend door de stal.

Erg belangrijk voor een goede start en lactatie na afkalven is gewoon de fitheid van de koeien, vooral de eerste dagen na afkalven.

Dan gebeurt er heel veel met de koe, net gekalfd dus verzwakt, rantsoenwijziging, groepswijziging en dus de hiërarchie in de koppel,  en als ze veel melk gaat geven heeft ze ook een veel grotere energie behoefte.
Bij robotmelken kan, doordat de koe vaker gemolken wordt, de melkgift sneller omhoog gaan en is deze periode extra spannend.

Om haar gedrag en fitheid goed in de gaten te houden zijn er veehouders die na het afkalven de koeien de eerste 10 dagen een fel gekleurd halster om doen. Dan zie je in een oogopslag waar de koe is, hoe de koe is, en of ze zich vaak genoeg aan het voerhek meldt, enz.

Als je de activiteit van de koe vaak ziet zijn keuzes rond krachtvoeropbouw of behandelingen vroeg te maken!

Soms kunnen pijnstillers  in deze periode zorgen dat een koe, vooral een vaars, net wat vaker naar het voerhek komt en daardoor sneller over het “dooie punt”  komt.

 

Juli 2013:

Krachtvoeropbouw naar afkalven.

Tijdens mijn bedrijfsbezoeken laat ik vaak een formulier achter over krachtvoeropbouw na afkalven.

Dat dit een heel belangrijk punt is hoeft geen uitleg.

Het beste resultaat wordt hiermee gehaald wanneer u dit invult met een voeradviseur die met u de kwaliteit van uw ruwvoer kent maar ook de eigenschappen van de krachtvoersoorten die u gebruikt kent. Hoe dit gebruikt moet worden steek ik altijd vrij veel tijd in want koeien goed door de transitie periode loodsen is vakwerk en levert veel geld en levensduur van de koeien op.

Bij koeien die gewoon keurig afkalven en zich daarna voldoende aan het voerhek laten zien is krachtvoeropbouw niet moeilijk en daar is al veel kennis over die gebruikt kan worden.
Bij deze koeien houden we er rekening mee dat ze rond afkalven veel minder ruwvoer vreet en dat dat in de komende weken snel elke dag meer wordt. Dan kan een koe, pens, ook meer krachtvoer aan zonder dat we meteen bang hoeven te zijn voor pensverzuring, bevangenheid, negatieve energiebalans, enz. enz. (zie ook Tip okt. 2010)

Maar er zijn ook koeien die, bijvoorbeeld zwaar afgekalfd hebben, of om wat voor reden te mager de lactatie beginnen, of niet prettig lopen, enz.  Misschien niet in goede conditie droog gezet zijn maar zeker niet in juiste conditie afgekalfd hebben. Wanneer deze te weinig aan het voerhek komen en nog te weinig ruwvoer vreten zijn dat koeien waarbij we liever ook iets langzamer krachtvoer opbouwen of even een paar dagen wachten met opbouwen, en zeker voorzichtiger zijn met “snellere”  of eiwitrijke krachtvoersoorten .

Bij vaarzen zijn we graag sowieso iets voorzichtiger met deze krachtvoersoorten, die moeten immers behalve melk geven ook nog groeien.
(1 jaar 10.000 is leuk maar 100.000 liter levensproductie is beter 😉

Op de gegeven lijst staan deze genoemd “moeilijke start”  groep. Dat zijn dus alle koeien waarvan u denkt dat de ruwvoeropname de eerste dagen of weken na afkalven te weinig is.
Maar dat kunnen ook dikke koeien zijn die gewoon lui zijn of met veel zucht of vet afgekalfd hebben en ook te weinig aan het voerhek komen (te weinig structuur t.o.v. energie in droogstand?).

Dan heb ik een categorie “dominant en / of te dik” genoemd, en daarmee bedoelen we:  de dominante koeien, vaak royaal in conditie, die na afkalven meteen de leiding weer overnemen, andere koeien aan het voerhek verdringen en meestal heel snel op een hoge productie zitten. Deze koeien kun je dus sneller krachtvoer opbouwen dan de andere groepen. Deze koeien teren op hun reserves en gaan anders tussen 30 en 50 dagen al weer in productie dalen. Dit is ook nog eens slecht voor de lever.

Het doel is natuurlijk dat alle koeien in de “gezond” rubriek vallen. Dat hebben we met levend vee niet altijd in de hand. Maar tijdens de droogstand in verhouding veel structuur in plaats van energie, ruimte om te lopen, liggen en bewegen, verzorgde klauwen, juiste Ca / P verhouding en het goede Kationen / Anionen spel brengt veel koeien in de gewenste rubriek.

Best nog wel ingewikkeld dus! Gelukkig hebt u met DeLaval de mogelijkheid om eenvoudig bij te sturen als het niet volgens het boekje is gegaan… Succes!

 

Juni 2013:

Gezonde klauwen, niet alleen bekappen, ook rust(en) en prettige ondergrond belangrijk. 

Klauwaandoeningen zijn nog steeds een van de grootste kostenposten op een bedrijf. En dat gaat bij het melken met een melkrobot nog duidelijker op omdat een koe zelfstandig moet bedenken hoe vaak ze naar de VMS gaat en ook hoe vaak naar voerhek en drinkbak. Hierin beperken kost (veel) melk en levensduur! Daarbij komt dat een kreupele koe in de VMS nooit stil staat en dus ook nog moeilijker aansluit en dus langer in VMS moet staan. Daar is zowel de koe als de boer niet blij mee!!

Belangrijke maatregelen:

Lactatie gebonden bekappen: voor droogstand en als ze over 100 dagen in lactatie zijn, nadat de negatieve energiebalans periode voorbij is. Dit moet zorgen dat koe zo evenwichtig mogelijk loopt en zo weinig mogelijk scheurtjes en kloven rond de klauwen krijgt, want daar zijn bacteriën als Mortellaro e.d. dol op…!!
(zie ook cursus aanbod en Tip okt. 2011)

Ligplaatsen: voldoende rust zodat “vetkussen” dat tussen “leven” en hoorn zit bespaard blijft en daardoor de koe veerkrachtiger en prettiger en dus veel langer blijft lopen.
Een koe moet 12 -14 uren per dag relaxed liggen!
Dit is ook heel belangrijk voor de doorbloedingen (lees: opschonen, afvoer ziekmakende bacteriën, virussen, enz.) van uiteraard de benen maar ook van het uier of evt. verwondingen of andere ontstekingen van de hele koe
Een goed uitgeruste koe heeft sowieso meer weerstand.

Voetenbad: hebt u de mogelijkheid deze regelmatig te gebruiken?

Egale looppaden en ruime passeermogelijkheden: ivm witte lijnen defecten

Looppaden droog en “schoon”: met mestschuif die geen bacteriën van of naar jongvee brengt.

Rubber op vloer: vooral bij de droge koeien, bijvoorbeeld in eenrijige stal. Droge koeien wegen vaak makkelijk 100 kg meer.
En rubber op plaatsen waar koeien veel of kort moeten draaien.

Rantsoen: 2/3 van totaal ds. bevat structuurhoudend ruwvoer, vooral erg belangrijk vlak na afkalven. Een lekker ruikende top hooi doet dan wonderen.
Uiteraard de oudmelkte en droge koeien nog groter deel van rantsoen structuurrijk.

Voorzichtig met eiwit en “snelle energie” zoals graanproducten ivm. bevangenheid.
Dit laat zich pas in de klauwen zien zo’n 4 tot 6 weken nadat de “voerfout”  is gemaakt…

 

Mei 2013:

Serviceteller.

In de PC zit een serviceteller, bij de meeste veehouders wel bekend.

Deze wordt bijvoorbeeld gebruikt om op tijd een attentie te krijgen om tepelvoeringen e.d. te vervangen. Wie “Automatisch voeren” heeft aanstaan met voorzichtige parameters moet wel regelmatig de lijst “Rantsoenberekening log” controleren, en wie niet automatisch voert moet wel uiterlijk elke 2 à 3 weken juiste voerhoeveelheden controleren.
Maandelijks de “Groepsinvoer VMS Dierinstellingen” controleren zorgt dat de VMS met uw koeien doet zoals u dat graag wilt en dat oude instellingen of aanpassingen niet een koeienleven blijven bestaan!

Ook bijvoorbeeld uierbranden of scheren, voer kalibreren of andere belangrijke zaken die u niet moet vergeten zijn handig wanneer ze door de serviceteller worden gemeld!

Wij zijn mensen, wij kunnen denken maar ook wel eens wat vergeten, een computer kan niet denken maar ook niks vergeten! En dat betreft zowel oude instellingen als attenties.

Onder “Controle en beheer”  kunt u de serviceteller aanpassen. Voeg hier de voor u belangrijke items met “nieuw” toe.
Op het “Attentiebord”  kunt u dan een melding krijgen wanneer iets aan de beurt is.

Het leuke is dat wanneer u zelf enkele items toevoegd u het ook interessanter vindt om op te letten en dan worden deze, maar ook de andere andere attenties ook eerder gezien 😉

 

April 2013:

Koeien droogzetten zonder Antibiotica?

Droogzetten zonder antibiotica heeft een paar grote voordelen, o.a.:

  • Het scheelt geld en de ruimte om dierdoseringen per dag minder of anders te gebruiken
  • U brengt door geen behandeling te doen ook niks, goed of kwaad, in het gezonde uier
  • De koe blijft gevoeliger voor penicilline zodat ze bij een eventuele uierontsteking in de volgende lactatie veel beter reageert op de behandeling die u dan uitvoert!

Het is en blijft spannend om zonder antibiotica droog te zetten en daarom is het belangrijk dat u helder voor ogen hebt bij welke koeien het risico op een uierontsteking groter is. En een celgetal van 100 zegt ook niet alles want dat is een gemiddelde en kan wel voor drie spenen een celgetal van 20 zijn en voor een speen, met meestal ook minder melk een celgetal van meer dan 1000 … !!

Met de koemonitor en de grafiek daarachter heeft u een helder overzicht hoe de lactatie van de koe op gebied van productie en uiergezondheid is verlopen. Zo duidelijk zelfs dat u uw keuze zelfs per speen kunt beoordelen. Dit is zonder nauwkeurige geleidsbaarheids meting of iets dergelijks nooit zo goed te doen!

Als u daar bijzonderheden ziet is een droogzetperiode zonder antibiotica extra gevaarlijk!

Zoek de droog te zetten koe op in de koemonitor => klik dubbel zodat u de grafiek ziet, kies voor “productie, geleidbaarheid en bloed” (de onderste)  en dan voor 365 dagen.

Aan de grafiek hiernaast kunt u zien dat de koe met linksachterspeen waarschijnlijk geen uierontsteking heeft, wel subklinisch is en ook nog de minste hoeveelheid melk geeft. Ook de MDi, onderaan, jojoot veel te veel, ook aan het eind.
Als u zo’n grafiek ziet weet u wel wat u moet..!

Uiteraard is het ook voor de hygiëne belangrijk dat de droge koe altijd in een schoon en ruim gedeelte haar droogstand doorbrengen.

 

Maart 2013 :

Voldoende drinkruimte per koe.

Koeien drinken per dag van  ± 80 liter tot wel 200 op een dag!

Zorg voor voldoende ruimte om te drinken, dat betekent 10 cm drinkbak per koe. En let er dan ook nog op waar en hoe de drinkbakken zijn geplaatst. Zo weten we dat een koe uit de VMS altijd dorst heeft, en daarna dus meer ruwvoer vreet dan met een droge mond.  En een koe die net gekalfd heeft heeft ook altijd dorst!  Dus op die plekken moet ze makkelijk en ongestoord kunnen drinken. En in de stal liefst in doorgangen waarbij het belangrijk is dat een koe zich veilig voelt dus niet door een dominante koe in het nauw geduwd kan worden. Dan gaat een bangere of laagrangorde koe alleen het hoogst nodige drinken.
Dus zo vlot mogelijk na de uitloop van de VMS, in de afkalfstal/box, op een plek met voldoende ruimte of doorgang in de stal en natuurlijk makkelijk schoon te houden. Ook eventueel water uit de voorkoeler, dat is lekkerder maar ook vatbaarder voor bacteriën.

Dus bij bijvoorbeeld 60 koeien: drie drinkbakken van 2 meter lengte.

 

Februari 2013:

Krachtvoerstation nodig?

Veel veehouders met melkrobot hebben ook een krachtvoerstation of twijfelen of een nodig is.

We mogen van een koe niet verwachten dat ze meer dan 8 kg krachtvoer in de VMS opvreet. En dat is voor de meeste koeien al teveel.

Dus als er, langdurig, meer (kracht)voer nodig is om haar productie vol te houden hebt u twee mogelijkheden. Of een hoger basisrantsoen, dus meer (bij)producten voor het voerhek, of de extra kilo’s bijvoeren in een krachtvoerstation (of beide een beetje).

Een basisrantsoen met bijproducten kan het rantsoen voor het voerhek ook smakelijker maken, en dat is vooral dit jaar interessant. Maar het heeft ook nadelen want koeien kunnen lang uitselecteren en dus niet precies vreten wat u berekend hebt. Vooral weer de laagrangorde dieren of koeien die wat moeilijker uit de transitie periode komen hebben het hier moeilijk mee en komen pas als het lekkerste eruit is  of komen niet aan hun % structuur.

Ook is zo’n basisrantsoen gauw te hoog voor de koeien aan het einde van hun lactatie en dus te duur en het geeft ook nog luie koeien. Dan is een krachtvoerstation vaak handiger, je geeft precies de koeien die het nodig hebben en de koeien aan het eind van hun lactatie zijn beter te begeleiden. Inderdaad zit de kans erin dat koeien dan minder naar de VMS komen.

Ook hier maken de juiste instellingen weer het verschil, dus kleine porties in krachtvoerstation, goed in de gaten houden hoe vaak de koe in de VMS komt, komt ze maar 2x per dag of misschien wel 4x per dag, en vooral na afkalven eerst in de VMS opbouwen en dan pas in krachtvoerstation. En is ze langer dan bijv. 150 dagen in lactatie of zit ze onder een bepaalde melkgift dan alleen krachtvoer in VMS! Dat zijn enkele zaken welke zo’n krachtvoerstation tot een grote of juist geen toegevoegde waarde maken!

Dat bijproducten soms prima passen is een gegeven, zie ook Tip dec. 2012, maar dat het ook veel meer werk en afval opleveren is ook bekend, vandaar dat de resultaten in boekhoudrapporten bijna altijd minder fraai zijn dan dat u uitgerekend had…..

 

Januari 2013:

Wanneer toestemming om gemolken te worden
(Automatische) Melkpermissie

Bij DeLaval kan de veehouder zelf instellen wat het goede moment is dat de koe weer toestemming krijgt om gemolken te worden.

Dat een koe vooral de eerste maanden van haar lactatie vaker dan twee keer per dag gemolken kan worden is heel prettig vooral voor de hoogproductieve koeien, en jonge vaarzen. (Vraag dit eens aan vrouwen die zelf hun pasgeboren baby borstvoeding geven. Die kunnen niet begrijpen dat een koe met zo’n melkproductie maar 2x per dag gemolken wordt… ). Het is ook een van de grote voordelen van het robotmelken en waarschijnlijk een van de redenen waarom u op Robotmelken bent overgegaan.
Bij een oudmelkte koe voegt meer dan 2x per dag melken weinig toe.

Hoe moet het ingesteld worden?

Bij het Delpro programma is de lactatie ingedeeld in drie periodes. De eerste is meteen na het afkalven, de begin lactatie, de periode dat de koe vaak gemolken moet worden. Dat is ook heel goed voor het stimuleren van hormonen en instincten en het activeren van de melkblaasjes. Dit levert dan ook zomaar  10 – 15% meer melk op!

De eerste periode mag duren tot het moment waarop de meeste koeien in hun lactatie hun piek halen tot beginnen te dalen, meestal rond 60 – 80 dagen.
Vanaf Delpro 4.5 is er een hele duidelijke grafiek bij gekomen die precies aangeeft waar op uw bedrijf de piekproductie van uw koeien zit.
Tijdens de eerste periode is de tijdsinstelling belangrijker dan de verwachte melkgift en zetten we die op 5 – 6 uren. Voor die eerste periode zetten we de toestemming op verwachte melkgift op het niveau wat de koeien op hun top geven gedeeld door 4. Bijvoorbeeld uw vaarzen halen gemiddeld 28-30 kg per dag, dan de verwachte melkgift op 7-8, oudere koeien gemiddelde top van 36-40 kg melk per dag => verwachte melkgift op 9-10.

In de tweede periode, de middenlactatie, is het verhaal van hormonen en instincten veel minder van belang. Dan is de verwachte melkgift veel belangrijker, veel liters per dag = veel mogen komen, minder liters dus minder vaak komen en ook niet de melkbeurten, melktijd, voor nu belangrijkere koeien “wegsnoepen”. En de juiste instelling moet zorgen dat de koe heel langzaam en ongemerkt minder vaak melktoestemming krijgt. Dat past ook weer bij haar natuurlijk gedrag. Daarom is de (dalende) verwachte melkgift hier het belangrijkst.

Met deze tweede periode spelen we veel meer en kijken we:

  • hoe vol is uw melkrobot
  • wat is de productie in die periode
  • hoe lang draait u al met de VMS (hebben alle koeien minimaal 1x gekalfd bij de VMS)
  • hoe mooi zijn de speenpunten

Dus niet eens eenvoudig!

Voor de opstart en bij nieuwe koeien staat de melktoestemming op 6½ uur. Dat is een prima startinstelling.
Bij nieuwe koeien / vaarzen moet automatische melktoestemming eenmalig aangevinkt worden.

Zodra er na de opstart een juiste verwachte melkgift bekend is (na ca. een week ) kan de tweede periode  op 7 uren gezet worden met dezelfde verwachte melkgift als in de eerste periode.  Deze uren kunnen langzaam verhoogd worden naar 8 of zelfs 10 uren, afhankelijk van bovengenoemde punten.
En daarna mag de verwachte melkgift hoger, dus eigenlijk pas een jaar na de opstart. Als de robot niet vol is kan de verwachte melkgift gelijk blijven.
Vuistregel voor verwachte melkgift in de midden periode is: wat geeft uw vaars / koe op 120 – 150 dagen, dat delen we door drie.

Dan staat de verwachte melkgift instelling meestal gelijk of 1 kg hoger dan in de eerste periode.

De tweede en derde periode echt benutten kan dus pas op zijn vlugst na een jaar, wat betekent dat koeien uit midden lactatie het eerste jaar eerder melktoestemming krijgen, dat kost capaciteit maar de koeien worden minder vaak afgewezen bij hun robotbezoek en leren veel sneller, worden vaker beloond om naar de robot te komen.
Vandaar dat wij ook altijd hopen dat u niet meteen met een volle VMS opstart.

Want hebt u 40 of 70 koeien op een VMS maakt dan een groot verschil!

De laatste periode, de late lactatie, is bedoeld voor alleen de laatste 2 – 3 weken voor het droogzetten, (met een positieve drachtigheidscontrole) en dus niet meer dan 2x per dag melken: Dus de melktoestemming vanaf 10 uren en een bijna niet te halen hoge verwachte melkgift.
Denk erom dat oudmelkte koeien vaker melken, ook al geven ze veel,  het is niet goed voor de slotgaten, het droogzetten, de rust en dus voor de levensduur van uw koeien!!
(Hoog bezoekgemiddelde doet het wel goed op verjaardagen of boerenvergaderingen…)

Het is ook niet goed voor de capaciteit van de robot en eventueel zuurtegraad.
En met lagere melkgiften per melkbeurt krijg je ook makkelijker meer onvolledige melkingen.

Aanpassingen moeten in kleine stapjes gedaan worden, om de koe niet uit haar ritme te halen.

Daarnaast hebt u bij DeLaval de mogelijkheid de melktoestemming van een individuele koe apart in te stellen, bijvoorbeeld een hoog-celgetal koe vaker, of een koe die weinig melk geeft of nauwe spenen heeft misschien minder vaak melken.

Bij vrij koeverkeer betekent melktoestemming gemolken mogen worden, bij FeedFirst of MilkFirst betekent het gemolken moeten worden en daarom mag bij deze typen koeverkeer de instelling iets hoger staan.